ROWANS

 

 

 

Oorsprong

 

Tijdens de 2e wereldoorlog was in Engeland het “Senior-Scouting’ ontwikkeld. In 1949 begon men in Frankrijk met “Scout Raiders” en kort daarna in België met de “Stafverkenners”.

Bij de Katholieke Verkenners kwam hopman Wijgerinck in november 1956 met een opzet van een spel voor oudere verkenners. Bij de André de Taye groep in Schiedam ging hopman Leo Mientjes hier mee werken. Na een geslaagd experiment werd bij deze groep op 15 november 1958 de eerste rowantroep (later werd het rowanafdeling) officieel geïnstalleerd. Dit was de afsluiting van het voorbereidend  experiment. Na deze start was het gemakkelijker om dit programma over het land te verspreiden zodat meerdere seniortroepen er mee konden werken en er zodoende meer gegevens ter beschikking kwamen. Toen in 1962 het hoofdbestuur van de Katholieke Verkenners de spelregels goedkeurde kwam er een einde aan de tweede experimentele fase. De Rowans (15 – 17 jaar) was nu officieel de vierde tak bij de Katholieke Verkenners.

 

Waar komt de naam Rowan vandaan

 

Rowan was een luitenant bij de Amerikaanse inlichtingendienst die in 1898 van de Amerikaanse president de opdracht kreeg om een brief te brengen aan de opstandelingen-generaal Garcia ergens in de wildernis op Cuba. Zonder verdere vragen te stellen en ondanks zijn zwakke gezondheid, de gevaren tijdens de zeereis en de tocht door de wildernis zei Rowan “Oké Sir” en aanvaardde de opdracht.. Half verhongerd en koortsig zwierf hij door de wildernis, maar bezeten door de wil om te volbrengen wat hem was opgedragen, wist hij de brief aan Garcia te overhandigen. “Niet praten, maar beginnen en volhouden” was het devies van Rowan.

 

Het spel

 

Een rowanafdeling bestond uit minimaal 6 en maximaal 18 jongens en kenmerkte zich door de grotere zelfstandigheid. Dit kwam tot uitdrukking in het zelfbestuur door middel van de

Rowanraad  Hier werden de interne en beleidsaangelegenheden van de afdeling behandeld en werden alle noodzakelijke beslissingen genomen. De raad bestond uit ten minste drie leden, waaronder een voorzitter, secretaris en penningmeester.

De rowanleider en de aalmoezenier hadden het recht tot het bijwonen van de bijeenkomsten.

De rowanraad stelde het programma vast, waarbij alle leden van de afdeling een taak hadden bij de uitvoering van het programma.

Bij de spelregelwijziging in 1965 kwam er een beleidsorgaan bij: de Afdelingsraad. Deze stelde het algemene beleid vast en werd gevormd door alle geïnstalleerde rowans die, samen met de rowanleider, uit hun midden een voorzitter kozen.

Aan de bijeenkomsten van de afdelingsraad namen ook de rowanleider, de assistentleiders en de aalmoezenier deel.

 

 

Van de rowan werd verwacht dat hij bij zijn installatie tenminste verkenner 1e klasse was. Rowans werkten niet meer in patrouilleverband maar deden gezamenlijk activiteiten of werkten in groepjes aan één of meerdere projecten. Zij kenden dus ook geen P.L.’s of A.P.L.’s. De groepjes konden per project van verschillende samenstelling zijn, afhankelijk van de interesse. Per project kon dan eventueel een leider gekozen worden. Activiteiten konden o.a. bestaan uit. b.v.: Hiken, zelfverdediging, muziek, cultuur of handenarbeid. Ook werd aan insignetraining gedaan door o.a. insignekampen te houden.

Installatie

insigne

 

Het was de bedoeling dat de rowans na hun installatie verder gingen werken aan de eisen voor het woudloperskoord, waarna zij na nog - na aan een aantal verdere eisen voldaan te hebben - het rowankoord mochten dragen. Hierna konden zij verder gaan voor het insigne kroonrowan. Als begeleiding was er de Projektenmap voor Rowans, waarin diverse projecten en technieken behandeld werden.

 

 

 

Wet en belofte

 

De wet

 

Een rowan is een goede vriend, correct, eenvoudig en sportief,

zelfwerkzaam en dienstvaardig,

weet ook bij moeilijkheden vol te houden

en respecteert de ander en zichzelf.

 

De belofte

 

Ik beloof als goed rowan:

Mijn plaats te zoeken ten opzichte van God, Kerk en Land

en bereidwillig anderen van dienst te zijn.

 

Uniform

 

 

 

Het uniform van de rowans bestond, evenals bij de verkenners, uit:

Kaki blouse, donker bruine manchester broek met verkennersriem, beige kniekousen, verkennershoed en groepsdas.

Op de blouse werd boven de linker borstzak het rowaninsigne gedragen. Aanvankelijk had dit insigne een kaki achtergrond, maar later werd de achtergrond groen en werd op het Andreaskruis ook een Franse lelie afgebeeld.

Rowaninsigne

 

In 1962 kwam er voor de rowans een nieuw uniform bestaande uit:             

-        Korte broek van bruin manchester of lange multicolour broek,

-        wit frokje met rowanembleem (soort T shirt, boord, hals en mouwen afgezet met blauwe bies),

-        grijsgroene trui, met open hals, te dragen over de broek,

-        grijze kniekousen met maroonrode kousenlinten, bij lange broek grijze sokken,

-        zwarte baret met metalen rowan baretinsigne,

-        donkergroene rowandas, of tijdens groepsbijeenkomsten de groepsdas,

-        donkerbruine leren riem met zwarte gesp, zonder musketonhaken. De 

-        riem werd over de trui gedragen.

 

 

Baretinsignes

 

Insignes

 

 

 

Door rowans werden, behalve het rowansnoer en het insigne kroonrowan, geen vaardig-heidsinsignes gedragen.

Het rowansnoer lijkt op het woudloperskoord, maar dan met  knopen van groen leer.

 

Kroonrowan

Woudloperskoord

 

Leiding

 

Een rowanleider moest minimaal 23 jaar zijn en tenminste het schriftelijk gedeelte van de Gilwellcursus hebben afgelegd. De minimum leeftijd voor assistent rowanleider was 21 jaar.

De taak van de rowanleiders bestond niet uit het direct leiding geven, maar meer uit het begeleiden van de rowans bij het programmeren van de activiteiten en het uitvoeren van de projecten.

Rowanleiders waren te herkennen aan een groen of rood lapje achter het baretinsigne.

Voor leiders was er het Handboek Rowanleider.

 

 

Wilde Vaart

 

 

 

Bij het waterwerk waren diverse benamingen aangepast aan de watersfeer. Zo werd bij de zeeverkenners een rowanafdeling een wilde vaartafdeling en de rowans matrozen ter wilde vaart genoemd. Een kroonrowan was een konstabel en de rowanraad de scheepsraad.

 

Het spel

 

 

 

Hoewel het spel bij de wilde vaart zich hoofdzakelijk op het water afspeelde, werd in de wateractiviteiten ook aandacht besteed aan de andere facetten van het rowanspel.

Het behalen van M.B.L.’s  (Machtiging BootLeiding) was vanzelfsprekend een van de activiteiten.

De leiding van een wilde vaartafdeling bestond evenals bij een zeeverkennerswacht uit een schipper en een stuurman, die evenals bij de rowans geen leiding gaven, maar de afdeling begeleidden.

M.B.L. zeilen

 

Uniform

 

Het uniform van de matrozen ter wilde vaart bestond uit:

 

-        Korte broek van blauw manchester of een donkerblauwe lange broek,

-        een wit frokje, waarover een donkerblauwe pullover die over de broek werd gedragen,

-        donkerblauwe kniekousen met maroonrode kousenlinten,

-        matrozenmuts met wit overtrek en zwart lint waarop in

-        goud “Wilde Vaart”,

-        rowandas in groen of kabaltblauw, of tijdens groeps-

-        bijeenkomsten de groepsdas,

-        donkerbruine leren riem met zwarte gesp en zonder musketonhaken,

-        zwarte schoenen.

 

 

 

Lucht Rowans

 

 

Uitgezonderd de gebruikelijke luchttermen, weken benamingen en werkwijze bij een lucht afdeling nauwelijks af van die bij een gewone rowanafdeling. Het uniform was gelijk aan de luchtverkenners. Bij luchtrowans werd de leiding evenals bij de luchtverkenners met Skipper aangesproken.

 

Het spel

 

 

Bij een luchtrowanafdeling was het spel hoofdzakelijk gebaseerd op het element lucht.

Zo hebben zij zich meer toegelegd op b.v. zweefvliegen en modelbouw van luchtvaartuigen.

 

Na de fusie

 

Na de fusie in 1973 werden de speltakken Rowans, Sherpa’s en Wilde Vaart samengevoegd tot één speltak Rowans/Sherpa’s/Wilde Vaart.


Het museum is altijd geïnteresseerd in "oude" scouting materialen.
Denk je er over om je oude spullen weg te doen, neem dan s.v.p. contact op.